Hulde aan Kawasaki dat het ein-de-lijk weer aandurft om een echte adventure op de markt te brengen. En daarvoor haalt de fabrikant een bekende modelnaam van onder het stof.
De productie van de KLE 500 werd in 2007 gestaakt, maar echt naam maakte het model al in de jaren negentig, de hoogtijdagen van de dualsport. In het weekend een offroadtripje met de motormaten en op maandagochtend even zo makkelijk naar je werk rijden, zo ging dat toen. Terwijl veel concurrenten in die tijd een eencilinder in het stalen wiegframe monteerden, koos Kawasaki toen al voor een paralleltwin. Niet zomaar een trouwens, maar hetzelfde 498cc vloeistofgekoelde blok dat in de veel sportievere GPZ500S gebruikt werd. In de KLE 500 is het blok goed voor ongeveer 50 pk, waardoor hij ook voor A2-rijders interessant kan zijn. In 2005 volgde er nog een flinke update die op zijn zachtst gezegd ‘minder in de smaak viel’ door een tegenvallend vermogen en beperkte vernieuwing.
Standaard is de originele KLE 500 uitgerust met een 21 inch voorwiel en 17 inch achterwiel. Niet op hardcore offroad werk gericht dus, maar dankzij dat grote voorwiel sta je zeker je mannetje op een zandpad of wat gravel. Afhankelijk van de bandenkeuze geraak je nog verder. De remmen – en dan met name de enkele 300 mm schijf met dubbelzuigerremklauw aan de voorkant – zijn net voldoende als je op asfalt stevig doorrijdt, offroad voldoen de remmen wel. De 41 mm telescoopvork biedt 220 mm veerweg, achter zit een Uni-Trak monoshock met 200 mm veerweg. Voor hier in het westen van Europa heb je daar meer dan ruim voldoende aan.
Oerdegelijk
Het sterke punt van de KLE 500’s is echter vooral het gemak waarmee je eraan werkt. De keren dat het nodig is dan, want de machines zijn oerdegelijk. Dat is de voornaamste reden dat de machine zo in de smaak viel bij avontuurlijk aangelegde rijders. Nee, het is zeker niet de snelste, de lichtste of de beste dualsport uit de nineties, maar misschien wel een van de betrouwbaarste. En dat leer je pas echt te waarderen als je ergens ver van huis op een bospad staat te wachten tot de rest van je groep hun machines weer hebben opgekalefaterd.
Op dat vlak zijn er dus ook geen enorme euvels om rekening mee te houden bij de aanschaf van een gebruikte KLE 500. De eerste modellen (met een bouwjaar van voor 1996) kenden wel wat problemen met de spanner van de nokkenasketting. Daardoor kan een ratelend geluid ontstaan als de twin loopt. Daarnaast is er een zwak punt in de kabelboom ter hoogte van de rechtervorkpoot waar gemakkelijk een kabelbreuk kan ontstaan. Als je het weet te spotten zie je ook hoe je het probleem kan voorkomen, door de kabel te verleggen. Voor alle KLE 500’s beginnen verder de standaardproblemen voor motoren uit de jaren negentig te ontstaan. Denk aan de spanningsregelaar die wat gammel kan worden en natuurlijk de carburateurs die een grondige schoonmaakbeurt zeker zullen appreciëren. Onderdelen zijn nog relatief gemakkelijk te krijgen en kosten zeker niet de hoofdprijs.
De kwaliteit van de KLE 500 is een van de redenen waarom het tweedehands aanbod beperkt is en wat er nog te koop staat redelijk aan de prijs is. Zoek je binnen de Benelux, dan vind je slechts een handjevol motoren tussen de 2.000 en 3.500 euro. Steek je de grens met Duitsland over, dan vind je een ruimer aanbod aan iets lagere prijzen.
Vloeistofgekoelde paralleltwin • 498cc • 50 pk • 200 kg • 15 l • € 1.500 – € 3.500