Reizen met de motorhome

Reizen met de motor. Er bestaan makkelijker manieren om je zuurverdiende vakantie te spenderen. Van het smeren van kettingen over het opbergen van je bagage in het equivalent van drie emmers, tot de zere polsen en geklooi met het aantrekken van regenkledij. Het is een hoop gedoe allemaal.
Ik ging dit jaar met een motorhome op reis, inclusief vriendin en beide kinderen. Het doel was: geen gedoe. Gewoon rijden waarheen de wind ons leidde en stoppen waar en wanneer we maar wilden. Daarom huurde ik ook een motorhome bij de dichtstbijzijnde verhuurder. Geen gedoe met internet, bellen enz. Vriendelijke man, maar hij vergat wel te vermelden dat er 1.000 euro waarborg betaald moest worden bovenop de huurprijs. Nu ja, geen probleem. Dat hij pas daarna vermeldde dat de zesde versnelling niet meer werkte, was dat wel. Neen, een vervanger had hij niet. De uitleg hoe het ding werkte en wat waar hoorde, geschiedde op een drafje. Waardoor ik, een halfuur proberen en een eerste relatiecrisis later, diende terug te keren met de vraag hoe je de zitbank omvormt tot bed voor de kinderen. Afijn, eens alles ingeladen welgemutst vertrokken richting Duitsland. Dat bij de eerste bocht de hele huisraad in de kasten even van plaats wisselde, kon de pret niet drukken. Ook m’n Marc Márquez-biografie koos het luchtruim, om met een luid klap neer te komen.
Iets wat het boek de komende week nog zeker 25 keer zou doen. Na drie kilometer snelweg en zes keer luid roepen kon ik verstaanbaar maken dat het toch wel vrij lawaaierig rijdt, zo’n camper. Middels handsignalen scheen m’n vriendin dat te beamen. Ik probeerde nog aan te geven dat ook de cardan kapot was, maar m’n mimetalent heeft zo z’n grenzen. Met een ETA die maar bleef optellen kwamen we in het donker aan in een vakantiepark in Duitsland. Eens tussen het andere campingvolk gewurmd, waarbij de servosturing ook z’n beste tijd gehad bleek te hebben, stapte ik tot m’n enkels in de modder. Als je op dat moment met een overdreven ‘hallo’ wordt begroet door de buurvrouw – een ‘hallo’ die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ‘Hollanders’ doet vermoeden – krijg je van mij enkel wat gemompel terug. Zeker als die buurvrouw naadloos overgaat in het aanwijzen van de volgens haar correcte parkeerplaats voor onze camper. Toen ik even later ondanks m’n jarenlange Tetris-ervaring het bed van de kinderen weer niet goed in elkaar gezet kreeg, mede dankzij de ‘hulp’ van de dodelijke vermoeide en strontverveelde kinderen, zakte de sfeer onder het vriespunt.
Dat deed de temperatuur ook, waardoor ik een paar uur later rillend wakker werd. Ik had geen idee hoe je de verwarming aanzette en mocht het alsnog gelukt zijn, dan trok ik binnen het halfuur de batterij leeg want de stekkerkast om de mobilhome aan te koppelen had ik in het donker niet kunnen vinden. De dag nadien bleek die stekkerkast behoorlijk professioneel weggestopt in de voortent van de Nederlandse buurvrouw. Een dag die trouwens vrij vroeg begon dankzij de luid roepend buurkinderen:” MAA-AAMS! Waar sijn me natuursteneuh?” Waarop de slechte isolatie van een camper nogmaals pijnlijk werd aangetoond. En dan moest m’n eerste toiletbezoek nog komen. In een badkamer die qua oppervlakte minder ruimte inneemt dan het bureau waaraan ik nu zit, is gewoon je broek opgetrokken krijgen een opdracht waarin enkel slangenmensen moeiteloos slagen. Maar als je twee dagen later kokhalzend in de rij mag gaan staan om je overlopende bak fecaliën te legen, verleer je al snel om je schouders te ontwrichten op het toilet en kies je ervoor om twee kilometer te stappen naar het dichtstbijzijnde, gore toiletblok.
Wat. Een. Gedoe. Ik hoef u niet te vertellen dat ik intussen harder snak naar een motorvakantie dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden.

 

Pieter Ryckaert, hoofdredacteur Motorrijder

Deel

Gerelateerde artikels