Zelfs mijn Brabantse inborst is niet bestand tegen de horror van Kerstmis, inmiddels gekaapt door de bekende Amerikaanse wansmaak die louter gestoeld is op massaconsumptie, net als andere ‘vondsten’ uit de VS. Zelfs het klassieke Frankrijk laat zich jaarlijks maandenlang gijzelen door de hebzuchtige massahysterie van Halloween en Black Friday. Ze noemen het niet eens Vendredi Noir!
“Een gezamenlijke herinnering van Frankrijk uit de categorie ‘Later lachen we erom!’”
En in het dagelijks leven maakt de idylle van de riante lunch onder de platanen, genuttigd door ‘bon chic, bon genre’ geklede levensgenieters, plaats voor dagelijkse filevorming bij prefab take-away hamburgerschuren. Behalve Levi’s, Kitchenaid, Tabasco, Harley-Davidson en Indian kan ik geen exportproduct uit Trumpistan verzinnen dat de moeite van het exporteren waard is. Oh ja, en expats: lekker ‘opvangen in de regio’, zou ik zeggen. Knappen Amsterdam en Barcelona van op.
Hoewel ook de traditionele barmhartigheid en medemenselijkheid steeds meer op de tocht komen te staan (naast het CJIB is ‘ontwikkelingshulp’ de meest recente kip met gouden eieren om gaten van politiek onvermogen mee te dichten) en een kil appje de rol van de hartverwarmende kerstkaart heeft overgenomen, blijven de donkere dagen voor de jaarwisseling gekenmerkt worden door nostalgisch terugblikken. Juist door de bedreigingen va AI hebben we waargebeurde verhalen over vroeger harder nodig dan ooit. Laat nu een goede vriend (altijd beter dan een verre buur) vorig jaar oktober het weemoedige aan het handgeschrevene weten te koppelen met een zelf geschreven, met de vaderlandse posterijen verstuurde wenskaart.
Of liever: een heuse fotoafdruk (daar heb je winkels voor) van een voorval uit 1997 op het Zuid-Franse circuit van Lédenon. Als ware het een vroege kerstwens schreef vriend en oud-collega Frank (Weeink, u weet wel) aan de vooravond van Cherubijns en mijn eigen emigratie onder andere (en ik herhaal: zelf met de hand geschreven!): “Een gezamenlijke herinnering van Frankrijk uit de categorie ‘Later lachen we erom!’”
Natuurlijk, de modieuze leren pakken (toen, misschien…), de frisgroene koppies en de slooprijpe Ducati ST2 verraden voor jou wellicht alleen maar vergane glorie, voor de afgebeelde hoofdrolspelers (Patrick van den Goorbergh, Mink Bijlsma, Weeink, Overzee) hangt er ook nog een zowel tenenkrommend als hilarische bijvangst aan. Want hoe deden we dat eigenlijk in 1997, motoren testen, zónder weerkaarten, navigatie, vliegensvlugge digitale fotografie en video, Airbnb, digitale vangnetten, internetreserveringen, contactloos betalen, pincodes en al het overige dat het leven tegenwoordig zo vanzelfsprekend comfortabel maakt?
Enfin, we gingen gewoon, zij het na wekenlange papieren en telefonische voorbereidingen. Voor het weersvooruitzicht kocht ik ter plekke een stapeltje kranten, het circuit betaalde ik in Franse francs cash, voor een dealer raadpleegde je de Pages Jaunes (Gouden Gids) en bij nood belde je de vaderlandse importeur met je vroege Nokia of in een telefooncel met een handjevol centimes en francs. Het op de gok geboekte hotel vond je met de stadsplattegrond aan de rand van de bebouwde kom. Als internet bestond, rammelde het en/of snapten we er geen snars van.
Er is ook een overeenkomst met nu: de loodzware verantwoordelijkheid van een aangewezen ‘chef de mission’ om tijdens een dergelijke tijd- en kostenrovende operatie in het buitenland met resultaat thuis te komen. Sterker nog, tegenwoordig zijn buitenlandse operaties veel meer aan het heilige budget en – in mindere mate – aan tijdsdruk gebonden. Nog altijd kunnen Van der Wal (op mijn sterke aandringen was hij net aangenomen bij Motor Magazine) en ik er niet over uit dat we in 2003 met een bestelbus met de mateloos impopulaire TW125 en Suzuki VanVan 125 aan boord een paar dagen op kosten van de baas naar de Franse Alpen gingen, zonder enig idee over een verhaal!
Want verhalen, in den beginne uitgesproken door troubadours, later vereeuwigd op schrift, zijn onsterfelijk. En onbetaalbaar.
Lédenon 1997 stond daarentegen bol van spanning, plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel, want vergelijkingstesten. Zeker toen Weeink in de aller-, allereerste bezichtigingsronde een pilon fout beoordeelde en de ST2 over zijn voor- en achterwiel honderd meter lang van de hoogste heuvel tuimelde. “Zelfs de tellernaalden waren krom”, zou Peter Bom, toen monteur bij DNL Ducati, later prijsgeven.
Toen de dader van deze onverantwoordelijke blunder het presteerde mij te vragen of zijn nieuwe pak misschien schade had, moest de Explosieven Opruimingsdienst aanrukken om mij als chef de mission preventief uit de aanstaande crime scene te ontzetten. Dus geef deze kerst geen overbodig cadeau, maar vertel een verhaal. Want verhalen, in den beginne uitgesproken door troubadours, later vereeuwigd op schrift, zijn onsterfelijk. En onbetaalbaar.
Joost Overzee