Circus Maximus

De poort gaat open. Twaalf leeggestreden gladiatoren verlaten mankend de arena, hun strijdros amechtig duwend. Meteen worden wij er met de zweep in gejaagd. ‘Bloed en Spelen,’ prevel ik luidop in m’n helm, waarop m’n zenuwen zich omzetten in agressie. Als ze entertainment willen, kunnen ze nondeju entertainment krijgen! En ik draai het gas open. De Harley brult. Het achterwiel spint. Ik stuif rakelings langs een andere gladiator. Dirt Quake is begonnen…

Geschreven door Pieter Ryckaert                                  Foto’s Harley-Davidson

 

Het is Harley-Davidson dat me heeft aangezet tot deze waanzin. Ze hadden na de persintroductie van de 750 Street Rod een vijftiental motoren staan en het leek hun een goed idee om die half te slopen en in te schrijven voor Dirt Quake. En – ik ben er zeker van – puur voor hun eigen vermaak er een aantal journalisten op te zetten. De sarcastische grijns is een heel weekend niet van de Harley pr-mensen hun gezicht geweest. En ik ben een van die journalisten. Ik had dit voor geen geld ter wereld willen missen. Harley vloog me een aantal jaren terug naar Springfield waar ik een heuse ‘Mile’-race kon zien, op zo’n halve meter van Harley XR’en die dreunend voorbijschoven met een slordige 160 km/u. Als je ooit naar Amerika reist en een race wil zien, vergeet dan de MotoGP in Texas. Zoek tussen een van de vele Springfields die van Illinois en ga naar de flat track kijken. De races zijn minstens even spannend, vele malen spectaculairder, je staat letterlijk met je neus op de actie en je kan de sterren zo aanspreken. Ik wist niet wat ik zag. Ik wist niet hoe ze het deden. En nu mag ik zelf aan de slag.

Viking
Aan het ontbijt raak ik aan de praat met een Deen en een Zweed. Dat blijken de Wrenchmonkees te zijn, vrij legendarische custombouwers uit het Hoge Noorden. De Deen is vriendelijk. De Zweed is intens. Intens op een manier waarmee de Vikings destijds hele dorpen beroofden, plunderden en verkrachtten. De Zweed geeft te kennen dat hij thuis vaak flat track rijdt, dat hij vrijdagavond de Hooligan-klasse heeft gewonnen en vandaag weer deelneemt. En laat de Hooligan-klasse net de klasse zijn waarin voor vandaag ook mijn naam prijkt. Hij vraagt op een toon die enkel als ‘ijzig psychopathisch’ omschreven kan worden of ik al flat track heb gereden. Wanneer ik negatief antwoord, zegt hij vijf minuten niks. En dan toont hij me een foto van de piste die in de fik staat na een crash in een van de heats. Daarbij kijkt hij me aan met een blik waarin de vlammen op zijn iPhone weerspiegelen in z’n ogen. Ik pas meteen voor de rest van m’n ‘full continental breakfast’, want mijn maag slaat in de knoop. In de bus naar de Adrian Flux Arena (want waarom zou je een flat track-piste ‘circuit’ noemen als je deze tot ‘arena’ kan omdopen?) zit ik naast een man met een grote Stetson cowboyhoed. Antwoordend op mijn vraag naar zijn afkomst, zegt hij ‘Texas’. Op mijn reactie, een quote uit ‘Full Metal Jacket’, dat enkel ‘steers and queers’ uit Texas komen, krijg ik geen enkele reactie. Waarop ik besluit niet nog meer vijanden te maken en m’n mond te houden.

Boast
Aangekomen in de arena, die omschreven kan worden als ‘vergane glorie’, worden we ontvangen in de Harley-tent waar ter inspiratie een nieuwe en een oude XR 750 staan. Iedereen krijgt een gepersonaliseerd shirt om over z’n pak aan te trekken. Alleen blijkt het mijne verdwenen. Ik had ‘Ryborn’ gevraagd, een knipoog naar Cal Rayborn, een legendarische Harley-rijder. Maar ik krijg een anoniem ‘Harley’-shirt. Ik moet onwillekeurig aan ‘Mad Max Beyond Thunderdome’ en ‘the man with no name’ denken. Ik ben blij dat ik Pete Boast de hand kan drukken. Pete runt een flat track-school, organiseert het Britse flat track-kampioenschap en heeft ooit een paar keer deelgenomen aan onze No Budget Cup. Hij is opgetrommeld als onze coach voor wat ‘tips & tricks’. Die gaan niet veel verder dan: “Als het licht op groen gaat, vertrekken in ‘twee’. In de bocht druk je de linker stuurhelft naar de grond en hou je je rechterschouder omhoog. De Street Rod wil in de bocht alleen maar rechtdoor, of je nu gas geeft, gas lost, of remt, het ding wil zich oprichten en rechtdoor gaan. Gas geven is dan ook een kwestie van geduld hebben. En de achterrem is erg agressief, dus opletten.” De rest moeten we zelf maar zien te ontdekken. Ik neem hem nog even terzijde en vraag nog wat bijkomende tips. Druk je hard met je linkervoet op de grond? Druk je hard op de rechter voetsteun? Is het best om hoekig te rijden en de rechte stukken zo lang mogelijk te maken? Telkens antwoord hij grijnzend (daarbij een zilveren tand ontblotend) en vooral vaag ‘dat het er allemaal van afhangt.’

À la française
Na de briefing, waarbij het belangrijkste dat ik onthoud is dat er gegarandeerd één iemand met de ambulance naar huis gaat vanavond, bekijk ik het deelnemersveld. En dat kan omschreven worden als ‘eclectisch’.
Ik zie een paar echt mooie en serieus uitziende Harley Flat Trackers. Iets verderop zie ik een schitterende BSA Lightning staan. De eigenares blijkt een Française die meedoet in de Ladies-klasse. Iets verderop staan de ‘choppers’, waarbij straatracer, tv-ster en Dirt Quake-aficionado Guy Martin een Harley toegewezen krijgt met een voorvork die zowat het halve rechte stuk inneemt qua lengte. En iets verder staan de scooters, met een paar Fransen verkleed als kreeften die erg druk lopen te doen. Voor ik het weet word ik opgeslokt in een hoop gebulder. De eerste series gaan van start. Dat zijn de Harley’s. Onder meer Pete Boast himself en Steve Plater, TT-winnaar en speedway-amateur, nemen deel. Ik hou vooral Boast in de gaten en merk dat zij nauwelijks dwars gaan. Mijn hoop op een paar mythische foto’s voor het nageslacht berg ik ook meteen op. Als het hun al niet lukt… Al na vier ronden gaan de vrouwen aan de slag. Ik zie de Française met veel moeite haar BSA aantrappen, maar ze doet het en trapt gelijk ook mijn hartslag in een hoger tempo. Alsof ik dat nog nodig had. Ik zie dat alle Hooligans intussen op hun Street Rod zitten, dus ik maak me ook vlug klaar. Ik krijg ook de ‘hot shoe’ aangemeten.
Dat is een stalen voetzool die ik onder m’n linker triallaars bind, zodat je linkervoet over de baan kan glijden. De zool krijgt die naam omdat hij gloeiend heet schijnt te worden van de wrijving. Bij het vastsnoeren met tiewraps worden m’n tenen meteen ontdaan van alle bloedcirculatie.

Foggy
Elke ‘heat’ beslaat slechts uit vier ronden, dus de verschillende klassen vliegen in razend tempo de baan op en af. Of in de kant. Voor ik het goed en wel besef, sta ik aan te schuiven. Ik geef een Belgische collega nog een vuistje. Dat durf ik met Carl Fogarty – jawel Carl ‘viervoudig SBK-kampioen’ Fogarty – niet te doen. Foggy blijkt ook in de Hooligan-klasse aan te treden. Ik merk die beruchte stalen blik van hem op. Ik weet nu meteen hoe Colin Edwards en Nori Haga zich destijds gevoeld moeten hebben. Of Mel Gibson als de ‘man without a name’ toen hij de Thunderdome werd ingegooid. “Dirt Quake was toch voor amateurs?” vraag ik me luidop af voor het hek wordt geopend en we als vee de baan op worden gejaagd. Boast had me aangemaand een proefstart te maken. Dus dat doe ik dan maar meteen. En al m’n zenuwen maken plaats voor agressie. Ik duik meteen binnendoor bij de Belgische collega, terwijl Fogarty en Gary Johnson – als in Gary ‘tweevoudig TT-winnaar en amateur-mijn-hol’ Johnson, buitenom voorbij stuiven. Oké, concentreren nu.

Hot Shoe
De eerste bocht komt verdomd snel op me af. De Street Rod heeft een geweldig blok, dat had ik op de straatversie al gemerkt. Dus er zit wel gang in het ding. Leuk, als je over alle remmen beschikt en op asfalt rijdt, maar ik grijp toch met een lichte vorm van paniek naar de achterrem. Ondanks de waarschuwing vind ik het qua agressief aangrijpen wel meevallen. De Avons laten een keer vooraan, een keer achteraan en dan tegelijk alle grip varen, maar ik vang het op met m’n stalen schoen. Insturen blijkt inderdaad niet makkelijk. De Street Rod wil zich constant oprichten en veel meer dan het gas wat constant houden zit er niet in, door de bocht. Ik ga nul procent dwars, tot het moment dat ik bijna de bocht uit ben en stevig op het gas ga. Het achterwiel spint, ik word naar buiten gedreven en de muur komt gevaarlijk dichtbij. Voor ik iets kan beseffen, moet ik opnieuw gas lossen en remmen.

Ik stuur sneller in en druk hard op m’n hot shoe. Opnieuw gaat de Street Rod schuiven, maar het is allemaal makkelijk op te vangen. Ik kan zowaar gelijke tred houden met m’n voorganger op een omgebouwde Indian Chief. Opnieuw gas, opnieuw remmen, en insturen. Iedere bocht en ieder recht stuk ga ik iets sneller. En m’n vertrouwen groeit. Dit is leuk. Dit is verdomme zowat het leukste dat ik ooit op twee wielen gedaan heb!

Good Job
Na acht bochten zit het er al op. Ik stap, of nou ja ‘hink’ met die hot shoe, meteen op Pete Boast af, die al met Steve Plater staat te praten. Ik wacht vriendelijk m’n beurt af om raad te vragen, maar Plater merkt m’n opwinding op en laat me voorgaan. Boast zegt dat hij me in de gaten heeft gehouden en blijkt positief. “Je stijl zit goed, je bouwde progressief op en je ging naar het eind toe echt goed rond, zonder dat je eruitzag als ‘an accident waiting to happen’. Good job, man!” Waarop ik er nog een knipoog van Plater bovenop krijg. Ik zweef. Ik zweef zo hard dat ik droom van een plaats in de finale. Daarvoor moet ik in m’n twee heats in principe twee keer zesde finishen. Er maakt zich iets van me meester wat ik op een motor zelden of nooit ervaar. M’n natuurlijke drang naar zelfbehoud wordt overgenomen door een ‘rode mist’ die neerdaalt.

Killersinstinct
Die middag eet ik de zwaarst verkoolde hamburger die ik ooit naar binnen heb gewerkt, maar het deert me niet. Ik reflecteer over wat ik moet doen om sneller te gaan. Ik slenter nog wat door de paddock, maar zit uiteindelijk wel tien minuten voor de eerste heat op m’n Harley. Ik probeer wat zithoudingen en maal in gedachten rondjes. De Viking komt naast me staan, maar ik negeer hem straal. De eerste series zijn alweer bezig. Ik zie hoe de Française op haar BSA maar nipt geklopt wordt door een andere meid op een moderne Indian. De andere heats negeer ik. Ik voel me vreemd. Ik voel een mix van gedrevenheid, opwinding, vastberadenheid en puur killersinstinct door m’n aderen stromen. Op die van m’n linkertenen na dan. Ik ga de baan op. Maak nog een proefstart in de opwarmronde en neem plaats op de derde en laatste rij. Vooraan het veld stapt stapt een man voorbij met een bord. Ik zie niet wat daarop te lezen staat. Ik schakel zeven keer op en terug, om zeker te zijn dat ik in tweede versnelling zit. Ik tuur naar het startlicht. Groen! M’n start is niet geweldig en ik sluit als voorlaatste aan in de eerste bocht. Maar in de scrimmage in de eerste bocht sluip ik binnendoor voor ik vol op het gas ga. De Harley breekt uit. Ik scheer langs de muur en ga later dan ooit op de rem. De achterkant gaat meteen schuiven, maar het voelt gecontroleerd aan. Ik schuif door tot zowat aan de apex en ga dan pas op het gas, steeds progressiever deze keer. Het achterwiel smeekt om grip, maar ik weiger toe te geven en kom hard de eerste bocht uit. En ik kan het tempo van schuivend insturen en schuivend accelereren vasthouden. Veel harder durf ik niet. Het voelt nu al aan als de limiet. De Harley buldert, maar ik hoor het niet. Tot de ‘trophy girl’ – zeg maar ‘whole lotta trophy woman’ – met de geblokte vlag zwaait. Ik stop voorbij de eerste bocht en dan duw ik de Harley de arena uit. Het zweet, met bijzonder hoog adrenalinegehalte, loopt langs m’n rug. Ik blijk zevende te zijn gefinisht. Net niet goed genoeg voor een finaleplaats. Maar er is een tweede heat.

Gary Johnson
Voor die tweede heat zit ik opnieuw op de Harley lang voor het mijn beurt is. De Viking komt naast me staan. Hij lijkt me iets meer op waarde te schatten als ik zeg dat ik zevende ben geworden. Hij rijdt in een andere heat en werd vijfde. Ik hoor hem aan z’n Deense collega vragen wat hij moet doen om sneller te gaan. Ik registreer het als ‘Hij twijfelt. Hij gaat eraan.’ Als hij een Viking is, ben ik intussen een Galliër. Ik snap intussen dat de start belangrijk is, want inhalen in vier ronden tijd is moeilijk. Bij het verzamelen voor de volgende heat sta ik meteen vooraan. Wanneer de poorten worden geopend rijd ik direct naar de start, wat al een halve race op zich is. En ik kan een plekje bemachtigen aan de binnenkant van de tweede rij. M’n start is deze keer beter. Ver over het stuur gebogen schuif ik meteen met kont en lijf naar achteren, waardoor het achterwiel meer grip krijgt en ik minder doorspin. In flat track is je lichaamsgewicht gebruiken even belangrijk als op een trial. Je hebt alleen minder tijd om daarover na te denken.
De meute dromt naar binnen en ik zit er middenin, aan de binnenkant. Ik zit op een vijfde plaats bij het uitkomen van de eerste bocht als Gary Johnsons Triumph vlak voor me uitbreekt en hem uit het zadel licht. Even blijft hij als passagier op de tank en tussen z’n stuur liggen, maar slaat dan onderuit. Ik kan hem nog nipt ontwijken, maar verlies een plaats. Ik probeer het goed te maken door later te remmen, maar in de derde ronde schuif ik iets te hard door en ga wijd. Gelukkig kan ik m’n plaats behouden. Ik finish als zesde. Is dit goed genoeg voor de finale? Ik wil zo graag naar die finale dat ik net niet uit m’n ogen ga bloeden. Ik heb nu twaalf rondjes gereden. De teller op de Harley geeft aan dat ik nog geen vijf kilometer heb gereden. Maar het zijn vijf kilometers die intussen onder m’n huid zijn gaan zitten. Dit moet het gevoel zijn dat heroïnejunks voelen na hun eerst shot. Ik wil meer. Veel meer.

Finale
Voor elke klasse wordt nu uitgerekend wie door mag naar de finale. En dat wordt op een groot wit blad geschreven. Dat blad blijft tergend lang leeg. Ik heb me nooit in m’n leven druk gemaakt om dit soort zaken, of het moet die keer zijn geweest toen ik de zesde van de middelbare moest overdoen. Maar nu maak ik me wel druk. Ik bots ijsberend bijna op Pete Boast. Hij pakt m’n arm vast en zegt dat ik het echt heel goed doe, zeker voor een eerste keer. Whatever, man, ik wil naar die finale. Ik merk Gary Johnson op. En ik ga hem vragen of hij oké is en dat ik z’n crash vanaf de eerste rij zag. “Reed jij net achter me? Pffff! Echt bedankt dat je me nog kon ontwijken man!” Wanneer de namen worden opgeschreven zie ik m’n nummer ‘15’ maar niet verschijnen. Er staan al elf namen op het bord. En dan de verlossing: 15. Ik zit erin! Het gevoel dat me overmant zit qua uitgelatenheid tussen de geboorte van m’n twee kinderen in. En dan overdrijf ik nauwelijks. Ik wandel door de paddock alsof ik net wereldkampioen ben geworden of zoiets. En ik weiger mezelf tot de orde te roepen. Maar voor het eerst vandaag ontspan ik. Ik kijk zelfs naar de finale van de Ladies. Waarin de Française op haar BSA een magistrale race rijdt, meter voor meter inloopt op de Indian en bij het uitkomen van de laatste bocht de overwinning pakt. Meteen daarna ga ik op m’n Harley zitten. Maar ik raak niet in dezelfde concentratie als voor de tweede heat. Ik help zelfs de Viking met z’n kledij. Wanneer ik wacht in de rij breekt het zweet me al uit. Ik merk nu pas hoe warm het is. Ik kijk naar de ‘Best of British’-finale vanaf m’n Harley en zie Foggy zwaar crashen. Hij wordt ‘thumbs up’ in de ambulance gedragen. De organisatie had dus gelijk. Achteraf blijkt hij 10 ribben en een schouderblad te hebben gebroken, plus een long te hebben geperforeerd. En toch lachend de ambulance in. Racers zijn geen normale mensen, mocht dat nog niet duidelijk zijn. Maar het oponthoud maakt dat m’n concentratie nog verder zakt. Ik merk zelfs op dat de BSA-babe in de armen van haar vriend vliegt. Damn!

18 rondjes
Omdat Foggy de finale mist wordt een Australische collega nog snel aan de finale toegevoegd. Zo start ik dus niet als allerlaatste. Op de pre-grid zitten we grijnzend wat naar elkaar te lachen. Ik maak intussen ook kennis met een Nieuw-Zeelander die meerijdt in de finale en stook daarmee meteen ook ongewild een vete tussen beide deelnemers op. Na lang wachten worden we dan toch neergezet op de startgrid. Wanneer het licht op groen gaat, maak ik geen superstart. Ik behoud m’n plaats bij het ingaan van de eerste bocht. Voor me gaan twee deelnemers, waaronder de Viking, monumentaal op hun plaat. Ik kan ze ontwijken. M’n Australische collega tikt de helm van de Viking aan, maar gaat er niet dwars overheen. Er wordt meteen met een gele vlag gezwaaid na de eerste bocht, maar in de tweede bocht niet. Dat zorgt voor verwarring. Iedereen lijkt in te houden. Ik ook. Maar als ik alleen in de eerste bocht geel opmerk ga ik vol door en passeer twee tegenstanders. Pas in de derde ronde zijn alle rijders en motoren van de baan en gaan we vol door, maar ik raak niet in hetzelfde ritme als in de eerste heat. In de vijfde ronde breekt de achterkant te ver uit bij het ingaan van bocht twee en ik ga heel wijd. Bij het uitkomen word ik langs beide kanten ingehaald. Ik kijk even om en zie dat ik als voorlaatste nog behoorlijk veel afstand heb op de Australiër. Ik dring niet meer aan. Ik kom uitgelaten over de finish, na zes ronden van in totaal achttien. Achttien rondjes van driehonderd meter. Maar het waren de 18 beste rondjes uit m’n bestaan.

Meer info? www.dirtquake.com

 

 

Deel

Gerelateerde artikels